Budget maken: zo stel je een persoonlijk budget op
Een budget maken begint met één eenvoudige vraag: hoeveel geld komt er iedere maand binnen en waar moet dat geld naartoe?
Door je inkomsten en uitgaven vooraf op een rij te zetten, weet je hoeveel ruimte je hebt voor boodschappen, sparen, leuke dingen en onverwachte kosten. Je hoeft daarbij niet iedere euro streng te controleren. Een goed budget moet vooral duidelijk en haalbaar zijn.
In dit stappenplan leer je hoe je een persoonlijk budget maakt, welke categorieën je nodig hebt en hoe je controleert of je plan klopt.
Wat is een persoonlijk budget?
Een persoonlijk budget is een plan voor je geld. Je schrijft op hoeveel inkomen je verwacht en hoeveel je per categorie kunt uitgeven.
Zo’n budget wordt ook wel een persoonlijke begroting, maandbegroting of budgetplan genoemd.
Een budget bestaat meestal uit:
- inkomsten;
- vaste lasten;
- variabele uitgaven;
- reserveringen voor toekomstige kosten;
- sparen;
- aflossen van schulden.
Je maakt dus niet alleen een overzicht van wat je de afgelopen maand hebt uitgegeven. Je bepaalt ook vooraf wat je de komende maand met je geld wilt doen.

Wat heb je nodig om een budget te maken?
Je kunt een budget maken op papier, in Excel, in een Google Sheet, in een app of in een huishoudboekje. De vorm maakt minder uit dan de informatie die je erin zet.
Verzamel bij voorkeur:
- je bankafschriften van de afgelopen drie maanden;
- recente loonstroken of uitkeringsspecificaties;
- een overzicht van toeslagen en andere inkomsten;
- facturen van verzekeringen en abonnementen;
- jaarlijkse rekeningen, zoals gemeentelijke belastingen;
- gegevens over leningen en aflossingen;
- je huidige spaardoelen.
Drie maanden aan bankafschriften geven meestal een bruikbaarder beeld dan één losse maand. Een maand met vakantie, een verjaardag of een hoge energierekening kan namelijk flink afwijken.
Heb je nog geen duidelijk beeld van je werkelijke uitgaven? Begin dan eerst met het bijhouden van een huishoudboekje.
In het gratis huishoudboekje van Geld101 noteer je per maand je inkomsten en uitgaven. Er zijn aparte vakken voor woonlasten, vaste lasten, transport, boodschappen en uit eten, aflossen en sparen en diverse uitgaven. Onderaan bereken je het verschil tussen je totale inkomsten en uitgaven.
Download hier het gratis huishoudboekje en houd minimaal één volledige maand bij wat er binnenkomt en uitgaat.
Budget maken in 7 stappen
Stap 1. Bereken je gemiddelde maandinkomen
Begin met al het netto-inkomen dat je werkelijk kunt besteden.
Denk aan:
- salaris;
- uitkering of pensioen;
- toeslagen;
- alimentatie;
- inkomsten uit een onderneming;
- inkomsten uit freelancewerk;
- andere terugkerende inkomsten.
Gebruik alleen bedragen waarvan je redelijk zeker weet dat je ze ontvangt. Vakantiegeld, een bonus of een belastingteruggave kun je beter apart verwerken wanneer die niet iedere maand binnenkomen.
Krijg je iedere vier weken salaris? Dan ontvang je dertien betalingen per jaar. Je gemiddelde maandinkomen bereken je als volgt:
nettobedrag per vier weken × 13 ÷ 12
Ontvang je bijvoorbeeld iedere vier weken €2.000 netto, dan is je gemiddelde maandinkomen:
€2.000 × 13 ÷ 12 = €2.166,67
Dat betekent niet dat er iedere kalendermaand €2.166,67 op je rekening komt. Gebruik daarom bij vierwekensalaris een systeem dat rekening houdt met de verschillende betaaldagen.
Lees ook: Budgetteren met 4 weken salaris: 2 strategieën die wél werken
Heb je een wisselend inkomen? Bereken dan het gemiddelde over bijvoorbeeld zes of twaalf maanden. Maak je basisbudget bij voorkeur met een voorzichtig bedrag, zodat je niet afhankelijk wordt van je beste inkomstenmaand.
Stap 2. Zet je vaste lasten op een rij
Vaste lasten zijn kosten die regelmatig terugkomen en waarvan het bedrag meestal vooraf bekend is.
Voorbeelden zijn:
- huur of hypotheek;
- energie;
- water;
- zorgverzekering;
- andere verzekeringen;
- internet en telefoon;
- kinderopvang;
- abonnementen;
- wegenbelasting;
- afbetaling van een lening;
- contributies.
Kijk niet alleen naar automatische incasso’s aan het begin van de maand. Sommige vaste lasten worden per kwartaal of per jaar afgeschreven.
Noteer bij iedere post:
- het bedrag;
- hoe vaak je het betaalt;
- het omgerekende maandbedrag.
Wees precies met kleine abonnementen. Een abonnement van €8 lijkt misschien niet belangrijk, maar meerdere kleine bedragen kunnen samen een flinke vaste last vormen.
Lees ook: Vaste lasten verlagen: zo pak je het slim aan
Stap 3. Bereken je variabele uitgaven
Variabele uitgaven verschillen per maand. Je hebt er vaak meer invloed op dan op je vaste lasten, maar je kunt ze niet volledig schrappen.
Denk aan:
- boodschappen;
- brandstof of openbaar vervoer;
- kleding;
- persoonlijke verzorging;
- uit eten;
- cadeaus;
- hobby’s;
- uitjes;
- zakgeld;
- kleine huishoudelijke aankopen.
Bekijk je bankafschriften en bereken per categorie wat je gemiddeld hebt uitgegeven. Rond niet automatisch alles naar beneden af. Een budget werkt alleen wanneer de bedragen aansluiten bij je werkelijke leven.
Heb je de afgelopen drie maanden €485, €540 en €515 aan boodschappen uitgegeven? Dan was het gemiddelde:
€485 + €540 + €515 = €1.540
€1.540 ÷ 3 = €513,33 per maand
Je kunt vervolgens €515 of €520 als voorlopig boodschappenbudget gebruiken. Meteen teruggaan naar €400 is alleen verstandig wanneer je ook een concreet plan hebt om ongeveer €115 per maand minder uit te geven.
Weet je niet wat je gemiddeld aan boodschappen, vervoer of kleine aankopen uitgeeft? Houd deze uitgaven dan een maand lang bij in het huishoudboekje. Noteer iedere uitgave met datum en bedrag. Zo baseer je je budget niet op een schatting, maar op je werkelijke uitgaven.
Stap 4. Reken jaarlijkse kosten om naar een maandbedrag
Veel budgetten lijken op papier te kloppen, totdat er een jaarlijkse rekening komt. Denk aan gemeentelijke belastingen, onderhoud, schoolkosten of de jaarlijkse contributie van een vereniging.
Door deze bedragen iedere maand te reserveren, voorkom je dat één rekening je volledige maandbudget in de war brengt.
Gebruik deze formule:
jaarlijks bedrag ÷ 12 = maandelijkse reservering
Een rekening van €600 per jaar betekent bijvoorbeeld:
€600 ÷ 12 = €50 per maand
Betaal je iets per kwartaal? Deel het bedrag dan door drie.
Een rekening van €150 per kwartaal wordt:
€150 ÷ 3 = €50 per maand
Mogelijke reserveringscategorieën zijn:
- gemeentelijke belastingen;
- onderhoud van huis of auto;
- eigen risico en zorgkosten;
- cadeaus;
- vakantie;
- schoolkosten;
- feestdagen;
- vervanging van apparaten;
- kleding;
- dierenartskosten.
Zet deze reserveringen bij voorkeur op een aparte spaarrekening of in digitale spaarpotjes. Het geld blijft van jou, maar is niet meer vrij beschikbaar voor andere uitgaven. Controleer met deze checklist welke uitgaven je nog bent vergeten.
Stap 5. Neem sparen en aflossen op in je budget
Sparen is geen bedrag dat toevallig overblijft aan het einde van de maand. Wanneer sparen belangrijk voor je is, neem je het als aparte post op in je budget.
Maak onderscheid tussen:
- een buffer voor onverwachte noodzakelijke kosten;
- sparen voor een concreet doel;
- reserveren voor verwachte kosten;
- extra aflossen op een schuld.
Een reservering voor de jaarlijkse autoverzekering is bijvoorbeeld geen noodbuffer. Je weet dat die rekening komt en kunt het bedrag vooraf berekenen.
Heb je schulden? Noteer eerst de verplichte maandelijkse aflossingen. Extra aflossen kan daarna als apart doel worden opgenomen. Houd wel voldoende ruimte over voor noodzakelijke uitgaven en onverwachte kosten.
Een haalbaar bedrag is beter dan een ambitieus bedrag dat je iedere maand moet terugboeken. Begin desnoods met €25 of €50 en verhoog dit wanneer je budget stabiel blijkt.
Lees ook: Hoeveel spaargeld heb je nodig als gezin?
Stap 6. Controleer of je budget sluit
Wanneer je alle bedragen hebt ingevuld, tel je ze bij elkaar op.
Gebruik deze formule:
inkomsten − vaste lasten − variabele uitgaven − reserveringen − sparen − aflossen = vrije ruimte
De uitkomst kan positief, nul of negatief zijn.
Een positieve uitkomst betekent dat je nog geld moet verdelen. Dat bedrag kun je gebruiken voor extra sparen, aflossen, vrije besteding of een ruimere reservering.
Een uitkomst van nul betekent dat al het inkomen een bestemming heeft. Dat wordt soms een nulbudget of zero-based budget genoemd. Je bankrekening hoeft daarbij niet letterlijk op nul te eindigen. Het betekent alleen dat je vooraf hebt bepaald waar iedere euro voor bedoeld is.
Een negatieve uitkomst betekent dat je geplande uitgaven hoger zijn dan je inkomsten. Je budget is dan nog niet sluitend.
Stap 7. Verdeel het beschikbare geld
Bepaal ten slotte hoe je het geld gedurende de maand beschikbaar maakt.
Je kunt bijvoorbeeld:
- alle bedragen in één overzicht bijhouden;
- aparte betaalrekeningen gebruiken;
- digitale spaarpotjes maken;
- een weekbudget gebruiken;
- contant geld per categorie verdelen.
Heb je €520 per maand voor boodschappen, dan kun je werken met ongeveer €120 per week en een kleine maandelijkse reserve. Deel een maandbedrag niet automatisch door vier, want een gemiddelde maand duurt langer dan vier weken.
De exacte methode is minder belangrijk dan de vraag of je op tijd kunt zien hoeveel geld er nog beschikbaar is.
Voorbeeld van een persoonlijk maandbudget
Onderstaand voorbeeld laat zien hoe een huishouden met €3.400 netto-inkomen het geld kan verdelen.
| Categorie | Bedrag per maand |
|---|---|
| Salaris en andere inkomsten | €3400 |
| Wonen | €1050 |
| Energie | €180 |
| Water | €25 |
| Verzekeringen | €260 |
| Internet en telefoon | €75 |
| Vast vervoer | €220 |
| Boodschappen | €500 |
| Brandstof en ander variabel vervoer | €150 |
| Persoonlijke verzorging | €80 |
| Kleding | €70 |
| Uitjes en vrije tijd | €150 |
| Overige uitgaven | €300 |
| Reserveringen jaarlijkse kosten | €300 |
| Sparen | €100 |
| Extra aflossen | €100 |
| Totale uitgaven en bestemmingen | €3400 |
| Resterend | €0 |
Dit is alleen een rekenvoorbeeld. Een passend budget hangt af van je inkomen, huishouden, woonlasten, vervoer, gezondheid en persoonlijke prioriteiten.
Gebruik de bedragen daarom niet als norm. Kijk naar je eigen afschriften en maak een verdeling die je daadwerkelijk kunt volhouden.
Wat doe je als je budget niet sluit?
Is de uitkomst negatief? Kijk dan eerst hoe groot en hoe structureel het tekort is.
Een eenmalig tekort door een uitzonderlijke rekening vraagt een andere oplossing dan iedere maand €300 tekortkomen.
Loop je budget in deze volgorde na:
- Controleer of alle inkomsten correct zijn opgenomen.
- Controleer toeslagen en regelingen waarop je mogelijk recht hebt.
- Zoek fouten of dubbele bedragen in je overzicht.
- Bekijk abonnementen en andere niet-noodzakelijke vaste lasten.
- Onderzoek of verzekeringen, energie of telefoon goedkoper kunnen.
- Pas variabele budgetten realistisch aan.
- Stel niet-urgente spaardoelen tijdelijk bij.
- Onderzoek mogelijkheden om je inkomen te verhogen.
Schrap niet automatisch alle ruimte voor ontspanning, kleding en kleine onverwachte uitgaven. Een budget dat alleen op papier haalbaar is, houd je meestal niet lang vol.
Blijft er na het verlagen van uitgaven een structureel tekort over? Zoek dan vroeg hulp. Wacht niet totdat achterstanden en extra kosten ontstaan.
Veelgemaakte fouten bij het maken van een budget
Alleen maandelijkse rekeningen opnemen
Jaarlijkse en onregelmatige kosten verdwijnen gemakkelijk uit beeld. Reserveer hiervoor iedere maand een bedrag.
Uitgaan van een ideale maand
Een budget zonder cadeaus, kleding, onderhoud, zorgkosten of vrije tijd is zelden realistisch. Kijk naar meerdere maanden en neem ook minder voorspelbare uitgaven mee.
Lees ook: Vergeet deze uitgaven niet in je budget
Variabele uitgaven te laag inschatten
Een lager bedrag invullen bespaart nog geen geld. Bepaal eerst wat je nu werkelijk uitgeeft en kies daarna welke verandering haalbaar is.
Sparen dubbel tellen
Geld dat je reserveert voor een jaarlijkse rekening is niet tegelijkertijd beschikbaar als noodbuffer of spaargeld voor een ander doel.
Geen ruimte voor tegenvallers opnemen
Zelfs met aparte reserveringen kunnen kleine onverwachte uitgaven voorkomen. Een bescheiden categorie ‘overig’ voorkomt dat iedere afwijking het hele budget breekt.
Het budget nooit vergelijken met de werkelijkheid
Een begroting is een verwachting. Pas wanneer je de werkelijke uitgaven ernaast zet, zie je of de bedragen kloppen.

Zo houd je je budget bij
Een budget is wat je vooraf van plan bent. Een huishoudboekje laat zien wat er werkelijk gebeurt. Door die twee te combineren, ontdek je snel welke bedragen realistisch zijn.
Schrijf tijdens de maand je uitgaven op in de juiste categorie:
- woonlasten;
- vaste lasten;
- transport;
- boodschappen en uit eten;
- aflossen en sparen;
- diverse uitgaven.
Tel aan het einde van de maand alle categorieën op. Vul daarna je totale inkomen, totale uitgaven en het verschil in.
Is het verschil kleiner dan je vooraf had verwacht? Kijk dan welke categorie hoger uitviel. Was dat een eenmalige uitgave, dan hoef je je hele budget niet direct aan te passen. Komt hetzelfde iedere maand terug, verhoog dan het budget voor die categorie of zoek een haalbare manier om de uitgaven te verlagen.
Wil je dit op papier doen? Download het gratis huishoudboekje van Geld101 en print voor iedere maand een nieuw exemplaar.
Je kunt hiervoor ook de
Budget Tracker gebruiken, waarmee je in Google Sheets alle je uitgaven maandelijks bijhoudt.
Checklist: is je budget compleet?
Controleer voordat je begint of je deze onderdelen hebt opgenomen:
- alle netto-inkomsten;
- maandelijkse vaste lasten;
- kwartaal- en jaarrekeningen;
- boodschappen;
- vervoer;
- kleding en persoonlijke verzorging;
- medische kosten;
- kosten voor kinderen of huisdieren;
- cadeaus en feestdagen;
- onderhoud en vervanging;
- vakantie en andere spaardoelen;
- verplichte aflossingen;
- een kleine post voor overige uitgaven.
Een begroting is altijd een eerste inschatting. Blijken je bedragen in de praktijk niet te werken? Lees dan hoe je een
budget realistischer maakt en beter volhoudt
Veelgestelde vragen over een budget maken
Wat is het verschil tussen een budget en een begroting?
De woorden worden bij persoonlijke financiën vaak door elkaar gebruikt. Een begroting is een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven. Met budgetten bepaal je hoeveel je binnen dat overzicht per categorie mag of wilt uitgeven.
Wat is het verschil tussen een budget en een huishoudboekje?
Met een huishoudboekje houd je bij wat er daadwerkelijk binnenkomt en uitgaat. Een budget is het plan dat je vooraf voor je geld maakt.
Stel dat je €500 voor boodschappen hebt begroot. In je huishoudboekje noteer je tijdens de maand iedere boodschap. Aan het einde van de maand zie je of je werkelijk €500, €450 of €575 hebt uitgegeven.
Heb je nog nooit je uitgaven bijgehouden? Gebruik dan eerst één of twee maanden een huishoudboekje. Met die gegevens kun je daarna een veel realistischer budget maken.
Moet ik iedere uitgave bijhouden?
Dat hoeft niet per se onbeperkt. Tijdens de eerste maanden helpt het wel om je uitgaven regelmatig te controleren. Zodra je patronen kent, kun je kiezen voor een eenvoudiger systeem.
Hoe vaak moet ik mijn budget aanpassen?
Controleer je budget iedere maand. Pas bedragen aan wanneer je inkomen, vaste lasten of werkelijke uitgaven structureel veranderen.
Kan ik een budget maken met een wisselend inkomen?
Ja. Gebruik een voorzichtig gemiddeld of minimaal maandinkomen voor je basisbudget. Geef hogere inkomsten pas een bestemming nadat ze daadwerkelijk zijn ontvangen.
Hoeveel categorieën heb ik nodig?
Gebruik genoeg categorieën om te begrijpen waar je geld naartoe gaat, maar maak het overzicht niet onnodig ingewikkeld. Voor veel huishoudens zijn tien tot twintig hoofdcategorieën voldoende. Mijn advies is om te beginnen met minstens de volgende categorieën:
- woonlasten;
- vaste lasten;
- transport;
- boodschappen en uit eten;
- aflossen en sparen;
- diverse uitgaven.
Wat doe ik met geld dat aan het einde van de maand overblijft?
Geef ook dat bedrag bewust een bestemming. Je kunt het toevoegen aan je buffer, gebruiken voor een spaardoel, extra aflossen of meenemen naar de volgende maand.

Maak vandaag je eerste budget
Begin vandaag met één maand. Download het gratis huishoudboekje, vul je inkomsten in en houd bij wat je uitgeeft aan woonlasten, vaste lasten, vervoer, boodschappen, sparen en overige uitgaven.
Gebruik de totalen daarna om je eerste persoonlijke budget te maken. Na een maand vergelijk je je budget met de werkelijkheid en pas je de bedragen aan. Zo ontstaat een budget dat niet alleen op papier klopt, maar ook past bij jouw leven.
Je budget makkelijker bijhouden
Een budget maken is één ding. Daarna wil je ook kunnen zien of je je eraan houdt.
Met de Budget Tracker van Geld101 houd je je uitgaven per categorie bij. Je ziet automatisch hoeveel je hebt uitgegeven, hoeveel budget er nog over is en op welke onderdelen je mogelijk moet bijsturen.
Je kunt de categorieën en budgetbedragen aanpassen aan je eigen situatie. Zo heb je iedere maand een duidelijk overzicht, zonder zelf alle bedragen bij elkaar te hoeven optellen.
Wil je dat ik met je meekijk?
Kom je er zelf niet helemaal uit, houd je aan het einde van de maand weinig over of weet je niet waar je het beste kunt beginnen? Tijdens een online 1-op-1 budgetuurtje kijken we samen naar jouw inkomsten en uitgaven.
In 60 minuten brengen we overzicht aan, kijken we waar je geld naartoe gaat en zoeken we naar aanpassingen die voor jouw situatie haalbaar zijn. Je krijgt geen algemeen lijstje met bespaartips, maar concrete acties waarmee je direct verder kunt.
Je hoeft vooraf nog geen perfect budget te hebben. Na je boeking ontvang je een korte voorbereiding, zodat we het uur zo praktisch mogelijk kunnen gebruiken.













